Heeft mijn kind faalangst?

Hoor je je kind regelmatig zeggen: “Ik kan dat niet” of presteert hij onder z’n niveau? Terwijl je het gevoel hebt dat hij de lesstof op school makkelijk aan zou moeten kunnen? Dan kan dit te maken hebben met faalangst. Met name hoogsensitieve kinderen zijn daar gevoelig voor. Waardoor komt dat en hoe kom je erachter of er ook echt sprake is van faalangst? Dat lees je in dit blog. Maar ook wat je kunt doen om je kind te helpen.

Wat is faalangst?
Om te kunnen begrijpen wat faalangst is, is het belangrijk om eerst naar het begrip ‘angst’ te kijken. Angst waarschuwt ons voor gevaarlijke situaties en zorgt ervoor dat we geen risco’s nemen, maar ook dat we snel tot actie overgaan. Het is een overlevingsmechanisme dat ieder mens en dier heeft. Op zich is dat positief, alleen kan het ook negatief werken en ervoor zorgen dat je taken niet aandurft, die anderen met gemak uitvoeren. Dus dat het je verlamd omdat je bang bent voor dingen die niet gevaarlijk zijn. Faalangst is een vorm van angst, die je ervaart als je moet presteren. Er zijn verschillende soorten faalangst, die zowel los als in combinatie met elkaar voorkomen:

  • Cognitieve faalangst
    Dat is als je angst hebt voor een slechte beoordeling op het gebied van leerprestaties. Denk aan toetsen en huiswerk.
  • Sociale faalangst
    Als je angst hebt om afgewezen te worden of slecht beoordeeld te worden door bijvoorbeeld vrienden, familie en klasgenoten. Het gevolg is dat je sociale vaardigheden geblokkeerd raken.
  • Motorische faalangst
    Als je angst hebt om bij lichamelijke handelingen fouten te maken en deze vaardigheid blokkeert.

Er zijn twee vormen van faalangst. Bij de eerste vorm, de actieve faalangst, doen kinderen heel hard hun best om goed te presteren en hebben ze het gevoel dat het nooit goed genoeg is. Deze kinderen leggen de lat voor zichzelf erg hoog en zijn vaak perfectionistisch. Hierdoor hebben ze moeite om afstand te nemen van het schoolwerk en krijgen ze zo te weinig ontspanning. Bij de tweede vorm, de passieve faalangst, stoppen kinderen juist met werken uit angst voor een negatief resultaat. Hun angst zorgt ervoor dat ze het liever niet proberen, dan dat ze het verkeerd doen. Dit zorgt voor de nodige stress waardoor deze kinderen niet goed kunnen ontspannen.

Niet elke angst is faalangst
Gezonde spanning, voor bijvoorbeeld het geven van een spreekbeurt, is positief. Het maakt je alert om goed te presteren. Als het zo stressvol is waardoor je juist blokkeert en het langere tijd aanhoudt, dan is het ongezond. Het lichaam heeft dan geen tijd om te ontspannen.

Hoogsensitieve kinderen en faalangst
Als een kind hoogsensitief is, dan is hij gevoeliger voor faalangst. De angst om niet te voldoen en afgewezen te worden. Dit komt doordat deze kinderen meer dan gemiddeld aanvoelen wat de wensen en verwachtingen van anderen zijn, maar ook aanvoelen als ze daar niet aan voldoen. Aangezien hoogsensitieve kinderen behoefte hebben aan verbinding met anderen en harmonie, zal het extra spanning opleveren als zij daar niet aan kunnen voldoen.

Hoe herken je faalangst?
Kinderen met faalangst hebben een negatief zelfbeeld en zijn ervan overtuigd dat ze niets kunnen en niets weten. Als iets hen wel lukt, dan schrijven ze dat toe aan externe factoren, dus omdat een proefwerk makkelijk was of dat ze een opdracht samen konden doen. Als iets niet goed ging, dan geven ze zichzelf de schuld daarvan. Dit bevestigt dan weer hun negatieve zelfbeeld. Je kunt aan verschillende dingen zien of een kind faalangst heeft, deze zijn onder te verdelen in:

  • Gedragskenmerken
    Denk hierbij aan het steeds om bevestiging vragen of iets goed gedaan is. Stil of teruggetrokken gedrag tot clownesk en onbeleefd gedrag. Uitspraken over “niet kunnen”. Dichtklappen bij een mondelinge beurt. Onrustig zijn en weinig concentratie tijdens het maken van een toets. Zeer gevoelig zijn voor kritiek. Steun zoeken bij andere leerlingen.
  • Lichamelijke reacties
    Als er een toets is of opdracht, kunnen er verschillende lichamelijke klachten optreden, zoals bijvoorbeeld hoofdpijn, maag- of buikpijn, angstgevoelens, veel moeten plassen, geen hap door de keel krijgen, overgeven, diarree, stotteren, trillen, heel beweeglijk zijn, friemelen, rode vlekken in de nek, versnelde ademhaling tot aan hyperventilatie. Dit hangt ook af van hoelang de spanning duurt.
  • Variabele gedragspatronen
    Er zijn tot slot nog meer gedragspatronen die kunnen wijzen op faalangst. Als een kind bijvoorbeeld afhankelijk gedrag laat zien en alle hulp aanneemt. Maar ook door gedrag te vertonen om faalangst te verbergen. Denk aan brutaal, gesloten en clownesk gedrag. Dan is er het gedrag van het ’gehandicapte’ kind dat een patroon van ‘aangeleerde hulpeloosheid’ heeft ontwikkeld. Dit kenmerkt zich door een apathische en verdrietige houding. Tot slot is er het ‘superkind’ dat bij iedereen goed wil overkomen en daar alles voor doet ten koste van zichzelf.

Hoe een kind precies reageert op angst hangt af van zijn karakter. Om tot een goede diagnose te komen of een kind faalangst heeft of niet, is het verstandig om naast bijvoorbeeld observatie van de leerkracht en dalende resultaten, ook nog instrumenten zoals een vragenlijst of test in te zetten die de mate bepalen waarin faalangst een rol speelt. Een observatie is namelijk vaak subjectief en het is moeilijk om te beoordelen of het gedrag dat je gezien hebt van het kind iets is wat situatie- of leerlinggebonden is.

Wat kun je doen?
Allereerst is het belangrijk dat je je kind het gevoel geeft dat hij goed is, zoals hij is. Dat hij zich veilig voelt en dat fouten maken erbij hoort. Daar leer je juist van. Hoe fijn is het als je fouten mag maken, zonder dat je daarop veroordeeld wordt?

Verder kun je erover praten als je merkt dat je kind last heeft van faalangst. Dit kun je doen aan de hand van een boek over dit onderwerp. Het is veiliger om over een ander te praten die last heeft van iets, dus bijvoorbeeld de hoofdpersoon in een boek, dan over jezelf. Er zijn verschillende boeken die helpen bij het overwinnen van faalangst:

Prinsje ik weet het niet (4 tot 8 jaar)
‘Prinsje ik weet het niet’ is een prentenboek voor kinderen met faalangst. De kinderen leren door het verhaal hun faalangst te overwinnen en zelfverzekerd te zijn. Dit helende verhaal is goed door ouders en scholen te gebruiken.

Ik kan het niet (4 tot 8 jaar)
Dit boek gaat over Falerie, die van een ‘spiegoloog’ leert hoe zij kan omgaan met haar faalangst. Ze leert hoe ze haar paniekgedachten kan omzetten in helpende gedachten, waardoor ze spannende situaties met meer zelfvertrouwen tegemoet gaat. Dan ziet ze dat ze veel dingen best goed kan, en dat fouten niet rampzalig zijn.

Het meisje dat nooit fouten maakte (4 tot 8 jaar)
Isabella heeft nog nooit een fout gemaakt. Ze vergeet nooit haar hamster te voeren, ze draagt nooit verschillende sokken en ze vergeet nooit haar huiswerk te maken. Nadat ze bijna een fout maakt, wordt ze bang dat ze tijdens de toneelvoorstelling een fout zal maken. Dit hartverwarmende verhaal zal ieder perfectionistisch kind laten zien dat het juist belangrijk is om fouten te maken als je iets wilt leren.

Ik en faalangst (10 tot 13 jaar)
De meeste kinderen zijn wel eens gespannen voor een spreekbeurt of een toets. Bij sommige kinderen is deze spanning te groot: ze hebben faalangst en blokkeren wanneer ze moeten presteren. In dit werkboek wordt kinderen duidelijk uitgelegd wat faalangst is. Wat gebeurt er in je lijf en in je hoofd? En hoe ga je ermee om? Het is een positief boek waarin kinderen vooral hun sterke kanten ontdekken en hun zwakkere kanten leren relativeren.

Sam(en) tegen spoken op school (8 tot 13 jaar)
Sam is een meisje met normale begaafdheid. Ze beschikt over alle mogelijkheden en competenties om een efficiënte en succesvolle ontwikkeling op te bouwen. Toch functioneert ze op school niet optimaal, niet op cognitief, niet op sociaal-emotioneel en niet op motorisch vlak. Ze heeft het erg moeilijk met opdrachten die meetellen voor punten. Ze vertoont ongepast gedrag, maakt werkjes niet en vermijdt bepaalde situaties. Ze klaagt over buik- of hoofdpijn. Ze is maar voor weinig dingen gemotiveerd. Achter dit gedrag schuilt haar faalangst, waaraan met goed gevolg kan worden gesleuteld.

Veel leesplezier!

Liefs,
Christine Hemel | HSP- en kindercoach.

____________________________________________________________________________________________

Wil jij ervaringen uitwisselen over dit onderwerp met gelijkgestemden of wil jij weten hoe je je kind leert omgaan met faalangst of zijn hooggevoeligheid? Dat kan in de Facebookgroep Hooggevoelige Moeders en Kinderen. Je bent van harte welkom! Heb je een vraag en wil je persoonlijk begeleidt worden? Stuur gerust een mail naar christine@sterrenhemel.info.

Comments are closed.